Wij zijn net terug uit IJsland! En met wij bedoel ik niet alleen Cathy
en mijzelf, en zelfs niet ons gezinnetje (inclusief onze twee dochters), maar
ons gezin én een stel vrienden, die ook nog eens drie dochters hebben. Of hoe
je heel IJsland doortrekt met vijf jonge meisjes op sleeptouw. Het werd een
avontuur van jewelste.
De voorbereiding
Zoals gewoonlijk begint de reis voor mij al eventjes vóór het eigenlijke
vertrek:
ik ben namelijk al een beetje op vakantie tijdens de voorbereiding.
Normaal stippel ik een paar mogelijke routes uit, boek ik de vluchten, de
huurauto en het eerste hotel, waarna we de rest gewoon lekker ter plaatse
uitvlooien. Het is een heel avontuurlijke manier van reizen die ons veel
vrijheid geeft en nog nooit tot onaangename verrassingen heeft geleid, maar
deze keer wilde ik geen enkel risico nemen: in Japan of Zuid-Afrika kan je
desnoods je auto in een veldweggetje parkeren en daar slapen, maar in IJsland
eindig je dan als ijslolly. Dat wil zeggen dat ik deze keer onze hele reis
minutieus heb uitgestippeld: elk hotel geboekt, elke stop op voorhand
ingepland, de belangrijkste attracties gereserveerd. Kortom: tegen dat we
uiteindelijk vertrokken, was alles al in kannen en kruiken. We hoefden alleen
het scenario nog te volgen.
|

Het roadbook telde maar liefst 28 pagina's!
Na de planning, de route die we effectief hebben afgelegd. Gebaseerd op de GPS-locatie van mijn telefoon (achteraf samengesteld natuurlijk)
Natuurlijk verliep het allemaal niet zo strak en georkestreerd: ook nu was er
nog ruimte voor variatie en improvisatie – daar was bij momenten ook nood aan.
Wie met kinderen op stap gaat, rekent maar beter wat meer tijd dan voor een
koppel.
Vijf jonge monstertjes in een dikke jas hijsen, sjaals om, mutsen op, wanten
aan... Het duurt allemaal net wat langer dan zelf gauw even uit je auto hollen
met de camera om je nek.
Nog een reden waarom we al op voorhand met de reis bezig waren:
het coronavirus. Je hebt het al in de titel zien staan. Wie niet
gevaccineerd is, moet immers ter plaatse 5 dagen in quarantaine, en die tijd
hadden we natuurlijk gewoon niet. Wel-gevaccineerden moesten dan weer een
negatieve COVID-test kunnen voorleggen van maximaal 72 uur oud. Dat betekent
dat we op woensdag 27 oktober met knikkende knietjes naar de dokter mochten om
in onze neus te laten boren, om vervolgens ruim 24 uur nerveus op de uitslag
te wachten. De verlossende mail kwam donderdag iets na zevenen: we mochten op
reis. Bij onze vrienden was het nog langer wachten: die kregen hun uitslag pas
in de loop van vrijdag. Onze vlucht vertrok zaterdagmiddag, stel je voor hoe
zij met de bibber moeten hebben gezeten!
|
De heenreis
Gepakt en gezakt staan we iets voor de middag in de vertrekhal van Brussels
Airport. Onze vrienden zijn er al: zij zijn lichter bepakt dan je zou denken
met drie jonge koters. Wij hebben maar weer eens overdreven. Je zou denken dat
we intussen wel al weten hoe we onze bagage moeten beperken, maar we vallen
telkens weer in de val van "beter mee en niet nodig, dan nodig en niet mee".
Het is verleidelijk om toch nog net dat ene dingetje extra in de koffer te
gooien. Ik pleit schuldig!
|
De rij aan de incheckbalie is lang, en het gaat vreselijk traag. We zijn ruim op
tijd gearriveerd, maar toch is het nog haasten. Pas een kwartier voor vertrek
geraken we aan de veiligheidscontrole, en daarna is het hollen om tijdig aan onze gate te staan. We kunnen nog nét een veel te
duur broodje kopen en dan is het al aan ons om te boarden. Het vliegtuig taxiet
naar zijn startbaan, stijgt met het intussen vertrouwde geraas op, en onze
jongste, Lot, zuigt verwoed aan haar fles zodat haar oortjes kunnen klaren.
Gevolg: geen pijnlijke trommelvliezen, geen drama. Goed gedacht van Cathy!
|

Iedereen rustig en tevreden!
De vlucht verloopt zonder incidenten, ook voor de landing wordt een flesje
geprepareerd en we staan voor je het weet met beide voetjes op IJslandse
grond. Dan is het nog één keer aanschuiven, ditmaal om onze auto's op te
pikken (ik laat me, dommerik die ik ben, toch nog een verzekering aansmeren
hoewel ik daar principieel tegen ben). We laden onze bagage in, installeren de
kinderstoeltjes, gespen de kinderen en onszelf in...
en dan lonkt de weg en de vrijheid!
|

Ons karretje voor de komende dagen
De rit naar Reykjavik, de hoofdstad van IJsland verloopt vlekkeloos. De wegen
zijn in perfecte staat, er is weinig verkeer en de andere automobilisten zijn
kalm, hoffelijk en gecontroleerd. Eens in de stad is het wel nogal een gedoe om
een parkeerplaats te vinden en in te checken in het hotel (de lobby ligt twee
huizenblokken van onze kamer), maar eens ook die horde is genomen is het tijd om
te eten. We steken snel een hamburger in Aktu Taktu (een soort McDonalds die
alleen rond Reykjavik vestigingen heeft) en kruipen weer in de wagen.
Terwijl we instappen, zegt iemand: "is het jullie al opgevallen dat niemand hier mondmaskers draagt? Het lijkt wel alsof het coronavirus hier helemaal niet bestaat!" En dat is geen toevallige observatie: onze hele reis lang zullen we haast nergens een spoor van COVID zien. Of dat zo slim is van IJsland weet ik niet, maar het voelt voor ons wel als een welkome verademing: onze eerste week zonder dat we overal rond de oren worden geslagen met coronanieuws.
|

Dineren in Aktu Taktu
Noorderlicht
Onze zon is allesbehalve een kalm gloeiende bal gas. Het kernprincipe is als volgt: in het binnenste van de
zon worden atoomkernen met zo'n geweld tegen elkaar gebotst dat ze
versmelten, en dat veroorzaakt zo'n onvoorstelbare hitte dat het hele
zonnestelsel erin kan baden. Al die energie zorgt dat de zon een ontzettend
sterk magnetische veld bezit. Bovendien spint de zon ook als een razende om
haar as, en dat gaat sneller aan de evenaar dan aan de polen, waardoor de
magnetische veldlijnen in de knoop geraken. Zo nu en dan ontwart een knoop in
het zonnemagnetisch veld zich plots, en dat plotse vrijkomen van energie zorgt
voor een gigantische explosie op het oppervlak van de zon, waarbij een
heleboel straling vrijkomt. Die straling raast dan tegen de snelheid
van het licht door de ruimte. Als de aarde toevallig in de baan van zo'n
stralingsbundel zit, krijgen we de volle laag – maar geen zorg, doorgaans
worden wij prima tegen straling beschermd door ons dekentje genaamde de
ozonlaag. Enkel de hevigste zonnevlammen geraken daar deels doorheen, en dat
gebeurt extreem zelden.
Soms wordt er bij zo'n explosie ook materiaal van de zon de ruimte in
geslingerd. Meestal schiet zo'n straal materiaal dan duizenden
kilometers omhoog, om vervolgens in een geweldige boog terug te vallen naar de
zon. Maar soms zit er zoveel energie in zo'n slinger geladen deeltjes dat die los de
ruimte in wordt gekatapulteerd. Ook hier is het van belang in welke richting
die gulp precies wordt uitgestoten: tenzij ze récht op de aarde af komt,
merken wij er eigenlijk niks van (enkel de wetenschappers met hun zonnekijkers
voelen dan eventjes een kriebel in de buik). Maar zelfs als de aarde vol wordt
geraakt door zo'n gulp is het niet over-and-out met ons: naast een ozonlaag
(die straling absorbeert) hebben we immers ook een magnetisch veld, dat de
geladen deeltjes netjes afbuigt naar de polen waar ze de atmosfeer
binnendringen en voor een waar lichtspektakel zorgen: het noorderlicht. |

Een gigantische plasmawolk (Engels: coronal mass ejection)
die van het
oppervlak van de zon ontsnapt
Noorderlicht is natuurlijk een van dé redenen om 's winters naar IJsland af te
zakken: het land ligt lekker dicht bij de polen, en 's winters zijn de nachten
er lang, zodat je kansen om noorderlicht te spotten optimaal zijn. Maar: die
kans varieert ook doorheen de jaren. De zon gaat immers door 11-jarige cycli
van afwisselend veel en weinig activiteit. Het laatste zonneminimum dateert
van ergens in 2020, en het volgende maximum wordt verwacht in 2025. Op dit
moment is het dus een eerder kalme periode, met weinig uitbarstingen.
|

zonne-activiteit in verleden en heden. Op dit moment zitten we in cyclus 25, met een geschatte piek rond 2025 en een minimun rond 2031.
Onze verwachtingen waren dus eerder laag... Maar dat was buiten de zon
gerekend. Want ook in kalme periodes durft die wel al eens een humeur te hebben. En wat
blijkt? Op 28 oktober, de dag waarop wij onze testuitslag kregen, deed zich op
de zon een ongelooflijk hevige uitbarsting voor, een heuse "coronal mass
ejection" waarbij een gigantische stroom geladen deeltjes werd uitgestoten...
en wel récht op de aarde af!
We spreken hier natuurlijk over enorme afstanden en snelheden: de zon ligt
zo'n 150 miljoen kilometer bij ons vandaan. Aangezien licht aan 300.000 km/s
reist (de zgn snelheidslimiet van het universum), duurde het dus zo'n 500
seconden voordat de eerste beelden van die uitbarsting door onze sensoren
werden opgepikt. Maar vanaf dan ging het snel: het nieuws ging meteen de hele
wereld rond dat er iets onderweg was, en zo kwamen ook wij het te horen.
Gelukkig reizen geladen deeltjes veel trager dan het licht, maar laat je nu
ook weer niet in slaap sussen: deze stroom deeltjes had een geschatte snelheid
van zo'n 4 miljoen km/u.
Verwachte aankomsttijd: zaterdagavond. De dag van onze aankomst in
IJsland!
En dus stapten wij na ons diner in Aktu Taktu opnieuw in onze auto, niet naar
het hotel maar naar de uiterste westpunt van het schiereiland waarop Reykjavik
ligt. Daar staat een vuurtoren, en verder is het er precies einde beschaving.
Hoewel de stad vlakbij is, kan je er ongelooflijk veel sterren zien. En nog
geestiger: wie weet waar hij moet zoeken, kan zijn voetjes letterlijk te week
leggen in een mini-heetwaterbron. En natuurlijk hadden wij daar de
gps-coordinaten van.
Daar zaten we dan: vier volwassenen, vijf kinderen, in de absolute duisternis,
huiverend in de arctische kou maar wél met onze voeten in een badje van 39°C,
naar de hemel te staren. In het zuiden stond Jupiter te schitteren, met iets
lager ook de minder felle Saturnus. De grote beer stond anders dan thuis, en de
poolster stond hoger dan ik ze ooit heb gezien. Ik wees ze aan, en op dat moment
zei iemand "zeg hé, is dat nu een wolk, of is dat...".
|

Lotje heeft van alle commotie weinig gemerkt, maar wij hadden wél maar lekker warme voetjes!
Het was het noorderlicht.
Een vaalgroene veeg aan de hemel, die traag over ons heen rolde. Was het
spectaculair? Nee, nog niet. Maar we zagen wel maar mooi onze eerste keer
noorderlicht. Iedereen werd er stil van. Niet al het kippenvel op onze rug was
van de kou, dat kan ik je verzekeren. Ergens had ik altijd verwacht dat er een
geluid bij zou horen, een gesis of iets dergelijks, maar natuurlijk is dat
onzin. Het was absoluut stil. En absoluut magisch.
|

Onze eerste glimp noorderlicht
En wat denk je dan? Net wanneer wij overspoeld worden door ontzag, zien we
opeens één, en vervolgens een tweede supersnel lichtstreepje aan de hemel:
vallende sterren! Alsof het universum de goede opletters nog een extra
cadeautje wil geven.
Hoe onze reis verder verliep? Dat lees je natuurlijk in het vervolg:
0 comments:
Een reactie posten
Een opmerking bij deze post? Laat het me weten!