29 okt. 2013

Jong in Madeira: op expeditie!


maandag 23 september 2013

Nu we Funchal wel zo'n beetje hebben gezien, is het tijd om onze blik te verruimen. We nemen 's ochtends bij het eerste ochtendkrieken de taxi naar de haven, waar al een ferry ligt te wachten. Vier uur stomen we over de Atlantische Oceaan naar de beige veeg aan de horizon, die langzamerhand materialiseert tot een goudkleurig eiland: Porto Santo.

Porto Santo is het eerste eiland van de Madeira-archipel dat werd ontdekt, en wel door Portugese zeevaarders die er schuilden voor een storm in de beschutte haven - vandaar ook de naam. In de tweede helft van de 15de eeuw kwam niemand minder dan Christoffel Columbus er wonen, en hij trouwde er met de dochter van de gouverneur. Het was op Porto Santo dat Columbus zijn interesse voor ontdekkingen oppikte, en we weten allemaal hoe dat is afgelopen.

Een beige veeg aan de horizon, die langzamerhand materialiseert tot een goudkleurig eiland: Porto Santo.

Anders dan Madeira zelf is er op Porto Santo weinig tot geen begroeiing: het hele eiland bestaat uit bruine rotsen en zinderend, goudkleurig zand, omhuld door een azuurblauwe zee. Er is een zandstrand van 9 km lang, waar zo weinig toeristen te vinden zijn dat je je bijna in je eentje waant. Cathy en ik brengen er de hele dag door. Gewoon, zomaar, om eens lekker niets te doen. 

een vrolijk cruiseschip in de haven

daar komt de zon al piepen

pittige golven wel, op dit strand!

niet groot genoeg om op te surfen, misschien, maar toch best indrukwekkend!






dinsdag 24 september 2013

Na een uitblaasdagje vliegen we er vandaag weer stevig in. Op het programma deze voormiddag staat een jeepsafari in de bergen. We rijden natuurlijk niet zelf: de paden die we vandaag gaan betreden zijn net iets te woest en steil voor onze brave Belgische rijvaardigheid. De gids neemt ons mee hoog op de flanken van het eiland, tussen bananenplantages en wijngaarden, suikerrietveldjes op nauwe, torenhoge terrassen en wilde eucalyptusbossen. We scheuren door straatjes zo steil dat een normaal mens er niet eens aan zou denken er tegenop te zwoegen, toeteren in de bochten en moeten meer dan eens achteruit wanneer er een tegenligger aankomt. 

Een heel eind boven de kust houden we halt bij een klein barretje waar we een poncha achterover slaan, en daarna gaat het naar een uitzichtspunt over het Nonnendal, een dorpje dat verscholen ligt tussen honderden meters oprijzende rotswanden. Hier was het dat nonnen uit Funchal zich vestigden nadat hun klooster in de hoofdstad een keer teveel was geplunderd door piraten. Ik hoef vast niet te zeggen wat die met de nonnetjes deden... De tocht gaat voort, afwisselend langs bergwegeltjes en stomweg offroad door glibberige modder tussen mistige dennenwouden waar het geurt naar sauna. We keren terug naar de kust, en begeven ons naar Cabo Girão, een van de hoogste zeekliffen in Europa. De rotspiek verheft zich maar liefst 589 meter boven de bruisende golven eronder. Niet dat we veel te zien krijgen, want de rots wordt volledig omhuld door wolken.

Hier was het dat nonnen uit Funchal zich vestigden nadat hun klooster in de hoofdstad een keer teveel was geplunderd door piraten.

Na het mistige bezoek aan de kaap gaat het resoluut terug omlaag, ditmaal over goed begaanbare wegen. We duiken terug de beschaving in ter hoogte van Câmara de Lobos, een charmant klein havenstadje. 

het Nonnendal, verscholen in de mist

ons voertuig van deze voormiddag

weg of trap? Waarom niet beide tegelijk?

het 'uitzicht' van op Cabo Girão

dan maar een portretje trekken!

groene velden 

Cabo Girão van een eindje verder: nu uiteraard weer uit de wolken

het haventje van  Câmara de Lobos


Ook 's namiddags hebben we een activiteit ingepland. Om twee uur worden we immers verwacht in het jachthaventje van Funchal, waar een catamaran ons zal komen oppikken. De catamaran komt echter modieus te laat, waardoor we bijna drie kwartier in de blakende zon mogen staan wachten. Gelukkig hebben ze een zeil opgezet op de pier, waardoor de zongevoeligen onder ons (zoals ik, die flink verbrand ben sinds Porto Santo) wat kunnen schuilen. 

Wanneer we dan eindelijk toch op de catamaran kunnen, kiezen Cathy en ik resoluut een plekje op de netten vooraan. We nestelen ons op de ligmatrassen, en genieten van de zeebries en de zon terwijl de kapitein ons naar de open zee stuurt. We stomen een hele tijd verder, bonkend over de golven, tot de motor plots uit gaat en de crew over het dek begint te lopen. 'Dolfijnen!' klinkt het uit de luidspreker, en inderdaad, we spotten al snel de donkere rugvinnen in het diepblauwe water. Er wordt ook gewezen op zgn pilot whales (grienden in Nederlands), maar stel je daar niet teveel bij voor. Anders dan de naam doet vermoeden, gaat het om dolfijnachtigen, en beslist geen joekels à la de bultrug of de blauwe vinvis. Het voornaamste verschil met de dolfijnen is hun scherpere vin en hun ronde, stompe neus.

'Dolfijnen!' klinkt het uit de luidspreker...

Na het dolfijnspotten verschijnt de crew opnieuw, en worden de zeilen uitgerold. Wat volgt is een veel rustiger, wiegende tocht over de golven in de richting van de kust. Daar wordt het anker uitgegooid en krijgen we gelegenheid om kort te zwemmen in de diepblauwe wateren van de oceaan.