16/04/2014

Ik ben alweer vreemd gegaan...

Ha! Daar heb ik je weer! Niets werkt zo goed als een suggestieve titel - en dan vooral als die me afschildert als een relationele zwerver, een klaploper van het ergste soort: een bedrieger. En laat dat nou net het laatste zijn dat ik bedoel met die titel. Jij bent veel te sensatiebelust, geef het nou maar toe! Nu oké, ik ben geen haar beter. Ik had vast al op de titel geklikt vóór het laatste woord goed was ingezonken.





Read More

31/03/2014

De Herontdekking van de hemel

'Als ik nu op het dak zou gaan staan, en ik druk mijn pen uit, en de wind verspreidt de inktdruppels - hoeveel kans is er dan dat op het papier staat "Ze houdt van me?"'
Ze kijkt me aan met die blik die het midden houdt tussen geamuseerdheid en bezorgdheid om mijn mentale gezondheid. 'Wat?'
Het is vrijdagavond, we zijn net terug van een etentje en de sfeer is opperbest. We zijn beslist niet zat, maar ook niet meer helemaal nuchter, en alles wat je ziet en hoort heeft dat omfloerste randje, die zwoele zindering. En net op dat moment besluit ik een citaat uit een boek aan te halen dat ik me maar half meer voor de geest kan halen. Topmanoevre, Rottiers. 'Nuja,' grijns ik schaapachtig. 'Het klonk misschien idioot, maar het was bedoeld om heel romantisch te zijn.'
Dat lijkt ze te accepteren, en ze kust me. 'Idioot,' mompelt ze tussen onze lippen door.
Read More

09/01/2014

Hotlist 2013

Een nieuw jaar, een nieuw begin, en meteen hét moment om terug te kijken op wat achter ons ligt. Oké goed, de doorsnee mens doet dat vóór nieuwjaar, maar ik ben nu eenmaal een beetje aan de trage kant als het over zo'n dingen gaat. En dus kom ik nu met een kort overzicht van de populairste blogposts van 2013.


5. Van rotheid en verval naar springlevend, en terug (23 april)

Een verslagje van mijn fotografie-uitstap naar het doodse Doel en het springlevende maar piepkleine Lillo.






Het eerste in een reeks verslagen over de zwaarste, maar tegelijk mooiste reis van 2013. Lofoten, Noorwegen zal altijd een droombestemming blijven in mijn herinnering, maar wat ik ook niet ga vergeten, is dat het de eerste keer was dat ik mezelf echt fysiek tegenkwam. Een ontmoeting van het niet zo aangename soort... Verder was Lofoten prachtig, zowel qua landschappen, qua weer als qua gezelschap. Want als alles gezegd en gedaan is en je zet alles in perspectief, dan is dát wat er overblijft.






3. Een machtig blauw tapijt in de lentegroene schemer (6 mei)

Je neemt de auto en vertrekt op een weekendochtend in alle vroegte naar een bos op een miljoen kilometer van huis. Waarom? Om een bos vol bloempjes te gaan fotograferen. Oké, dat klinkt seutig, maar je zou het schouwspel moeten zien. Betoverend.....






2. En legendarisch was het.... (25 maart)

Een terugblik op de skireis van 2013, naar het prachtige domein Les Trois Vallées. Een pendelbeweging tussen energiek reisverslag, een mijmering over de waarden van vriendschap en terug.






1. Ik ga op reis en ik neem mee... een paar geweldige vrienden (8 maart)

Een vooruitblik op dezelfde skireis, en voor wie van wat fotografie houdt, een spoiler met nog veel meer fotogerelateerd geraas.

Read More

18/12/2013

City tripping for the mentally unstable


Een paar weken geleden zat ik in Engeland voor het werk, waar ik tijdens het diner met mijn Luxemburgse collega aan de praat geraakte. Je weet hoe dat gaat: de wijn vloeit, de mensen worden wat losser, en gesprekken verglijden van het professionele naar het persoonlijke leven. Na verloop van tijd betrapte ik mezelf erop dat we aan het spreken waren over reizen in het algemeen, en Europese hoofdsteden in het bijzonder. Ik natuurlijk apetrots, want ik had er al heel wat bezocht. In mijn overmoed verkondigde ik dat ik beslist álle Europese hoofdsteden wel eens wilde bezoeken. Het lag er uit voor ik er erg in had, maar zodra dat gebeurd was, dacht ik: waarom niet eigenlijk? Zo moeilijk kan het toch niet zijn? Ik heb er al een pák gehad, toch? Nee? Niet dan? Dat moet ik beslist eens bekijken!

En dus flanste ik de volgende dag, zodra drank en vergadering waren geweken, gauw even een kaartje in elkaar. En wat bleek? Ik had al negen hoofdsteden afgehaspeld, tien als je Vaticaanstad meetelt. Dat lijkt prima, maar Europa telt er in totaal liefst vijftig, evenveel als de Verenigde Staten dus. En dat betekent dat ik er nog veertig te gaan heb. Leuk, heel erg leuk. Toen ik dat cijfer zag, zakte de moed me wel even in de schoenen! Wie had ook gedacht dat al die malle hoofdsteden in het 'verre oosten' meegeteld moesten worden! Maar aangezien ik me nu eenmaal niet zo snel door praktische overwegingen laat tegenhouden, lijkt met het goed alvast even wat zaken op te lijsten. Laat ik beginnen met een kort overzichtje van de steden die ik wel al bezocht heb, gevolgd door een opsomming in telegramstijl van alle steden die nog zouden moeten komen. Let vooral op de voorwaardelijke wijs.

EDIT: begin april 2014 moest ik voor het werk naar Zagreb, meteen de elfde hoofdstad dus! Het kaartje hieronder is dan ook aangepast.


Een kaartje met alle Europese hoofdsteden. In groen de steden die ik al mag afstrepen. Klik hier voor een grotere kaart



Steden die de revue al zijn gepasseerd



Brussel: Uiteraard. Ik heb er gestudeerd, ik werk er, en ik heb er zélfs al een keertje verbleven. Weinig onder de indruk van wat nochtans dé hoofdstad van Europa is.

Parijs: Net als elke andere rechtgeaarde Belg ben ik natuurlijk al op bezoek geweest bij de buren. In de zomer van 2012 heb ik de lichtstad Parijs met mijn lief verkend, en ik was beslist onder de indruk. Heel mooi, heel groot, en vol, werkelijk vol cultuur.

Luxemburg: Een heel lieflijke hoofdstad. Piepklein, maar vol mooie gebouwen én natuur. Prima voor wie van geschiedenis houdt, maar niet van grote mensenmassa's.

Londen: Dit is écht mijn grote liefde. Hoewel ik al sinds begin 2011 geregeld voor mijn werk naar Reading, UK moet, en ik daarvoor via Londen ga, heb ik de stad pas voor de eerste maal bezocht in december 2012. Een korte citytrip, weinig verwachtingen, maar wát werden we overweldigd! Londen staat met stip op 1 op het lijstje favoriete buitenlandse steden.

Praag: Ooit, een half mensenleven geleden, ben ik hier met mijn ouders geweest. Het is intussen 13 jaar geleden, maar nog steeds kan ik wegzwijmelen bij de rustieke drukte van de Tsjechische hoofdstad.

Rome: Minder lang geleden, maar met een vorig lief. Een citytrip in de lente. Ik had heel wat verwacht van ons bezoek, en ik heb heel wat gekregen, maar Rome was totaal anders dan mijn verwachtingen: minder statiger, bouwvalliger, rumoeriger ook. Een tikje vuil, zoals Italiaanse steden horen te zijn, maar toch niet de hoofdstad van het voormalige Romeinse Rijk!

Vaticaanstad: Een beetje een enclave in Rome, maar dan heel erg opgekuist en vol pracht en praal. Minuscuul ook. Het Vaticaanmuseum is een must!

Ljubljana: Ja, Ljubljana. Verstuik je tong daar maar eens over. Net zo mooi als Luxemburg, en eveneens erg klein (nuja, toch voor een hoofdstad. Ljubljana is zelfs iets groter dan Gent). Een heel mooie stad, maar voelt toch een tikje provinciaal aan. Alsof je in een Oostenrijks stadje loopt waar de communisten even mee aan de haal zijn gegaan en vervolgens weer zijn vergeten. 

Kopenhagen: Bezocht stomweg omdat ik daar naartoe moest voor het werk. Een citytrip met het lief aan vastgemaakt, zonder veel verwachtingen, maar wat bleek: Kopenhagen is een dijk van een stad. Statig, lieflijk, sjiek, modern, oeroud en... een paradijs voor hippies en (soft)druggebruikers, als je tenminste oversteekt naar Christiania. Niet dat ik dat heb gedaan, uiteraard. 

Athene: Deze stad is een beetje valsspelen. Nooit de nacht doorgebracht, omdat we er enkel met de klas biogeografie langs kwamen op doorreis naar Kreta (een lang verhaal). Maar op die paar uur die we vrij hadden voordat de boot vertrok, hebben we als razenden de stad afgeschuimd en zélfs, al hadden we dat zelf nooit verwacht, even over de eindeloze zee daken kunnen uitkijken vanop de Akropolis. Zucht, mooie tijden...

Zagreb: Wie aan Kroatië denkt, denkt aan stranden en eilandjes. En dus niet aan Zagreb, dat een miljoen kilometer van de kust ligt. Ik moest erheen voor het werk (net als Kopenhagen dus), anders was ik er vast niet meteen gepasseerd, maar het bleek een heel mooi stadje. Bijna even groot als Brussel, maar als je de harde schil van communistenblokken wegneemt, blijft er een blanke pit over die afwisselend doet denken aan de pracht en praal van Oost-Europese steden als Praag en het zinderende zuiderse van Rome.







Steden die er nog niet van zijn gekomen



In mijn overmoed verkondigde ik dat ik beslist álle Europese hoofdsteden wel eens wilde bezoeken. Het lag er uit voor ik er erg in had, maar zodra dat gebeurd was, dacht ik: waarom niet eigenlijk? Zo moeilijk kan het toch niet zijn? 

De "westerse" landen

Amsterdam: Ja, Amsterdam. Ik wéét dat ik me moet schamen. De énige hoofdstad ter wereld waar ze zowaar mijn moedertaal spreken, op een huppelsprongetje van huis, en toch ben ik er nog nooit geweest. Je weet wat ze zeggen: heel mooie stad, Amsterdam. Alleen jammer van die Hollanders. Toch beloof ik: ooit komt het er eens van. Ooit. Misschien.

Madrid: ook hier schaam ik me wel wat voor. Ik ben in mijn eindeloos lange leven zelfs nog nooit op het Iberische schiereiland geweest! Ik heb er al over gevlogen, is dat ook iets waard?

Lissabon: Zie hierboven. Ik weet het, schande komt me toe. Wrede wereld.

Dublin: Guinness en turf. En Guinness! En turf. En ook nog Guinness, wordt gezegd. En oh, turf. Ooit komt het er wel van, ik beloof het.

Bern: Ik ben al zeker een miljoen keer in Zwitserland geweest, maar behalve die keer dat de trein er onderweg naar het CM-kamp doorheen reed, ben ik nog nooit in de Zwitserse hoofdstad geweest.

Wenen: Naar het schijnt machtig mooi, en ooit hoofdstad van een enorm Europees dubbelrijk. Wil ik beslist ooit zien. Wat houdt me nog tegen? Tijd en geld. The usual.

Berlijn: Ja, ook hier een tikje schaamte. Ben al erg veel in Duitsland geweest, heb er zelfs negen maal nieuwjaar gevierd (die Duitsers maken er beslist een dolle boel van op Sylvester (spreek uit als Zuulvestah)), maar nog nooit echt tot bij de hoofdstad doorgedrongen. De geallieerden hadden er ook moeite mee, dus ik kan er wel mee leven.

Ankara (Turkije): Nuja, Europees? Een klein lapje Turkije ligt natuurlijk in Europa, maar de hoofdstad zelf niet. Geldt dat dan nog voor dit lijstje? Tot ik het zeker weet, blijf ik er weg.

Nicosia (Cyprus): Is het Grieks? Is het Turks? Is het Brits misschien? Neeee, het is Cyprus, een dolle mix van de eerste twee, met wat Brits erbovenop om het niet te doen overkoken. Naar het schijnt wél heel erg mooi, dus hier wil ik zeker eens langs. 


    Het hoge noorden

    Oslo: bijna was deze stad de elfde in het lijstje steden waar ik wél al ben geweest. Feitelijk ben ik er al eens aangekomen met de ferry en omheen gereden per auto onderweg naar de Zuid-Noorse binnenlanden, én heb ik er al eens een tussenlanding gemaakt onderweg naar Lofoten, maar een bezoek aan de stad zelf is er nog nooit van gekomen. Moet er wel eens van komen, vind ik.

    Helsinki: donker en kil, en ietwat stugge mensen. Dat zijn de beelden die bij me opkomen wanneer ik aan Helsinki denk. Maar ook prachtige gebouwen en wodka en sneeuw. En ik hou van sneeuw! Ik zou er niet meteen naartoe gaan uit mezelf, maar in juni 2014 moet ik er voor het werk naartoe, en dat lijkt me het uitgelezen moment om de stad tóch eens te gaan verkennen. Misschien ben ik wel even verrast als twee jaar geleden met Kopenhagen?

    Stockholm: deze stad wil ik écht eens zien. Het Venetië van het (hoge) noorden, wordt ze genoemd, al schijnen nog wel een aantal steden die naam te hebben. Ik moet alleen nog een datum prikken en ik ben weg. Joep!

    Reykjavik: Jah, Reykjavik. Wat kan je daarvan zeggen? Erg afgelegen natuurlijk, maar dat intrigeert me wel. Ik krijg mezelf helaas niet meteen gemotiveerd om het hele eind af te leggen, puur om Reykjavik te zien. Maar misschien kan ik het wel aan een reisje IJsland breien? Dit is beslist een "ooit".


      De ministaatjes

      Vaduz (Liechtenstein): Eentje om eens mee te pikken op doorreis. Verwachtingen zijn extreem laag, maar ik wil toch wel minstens een vakwerkhuis en een stel lederhosen hebben gezien voor ik er weer vertrek. 

      Monaco: Nice, maar dan anders. Roulette en James Bond en sportwagens. En het klinkt ook zo lekker exotisch, al spreekt iedereen er natuurlijk gewoon Frans. Deze spaar ik voor wanneer we een jacht hebben.

      Andorra la Vella (Andorra): lekker skiën en een belastingsparadijs. Topcombinatie, of niet?

      Valletta (Malta): eilandje, een kerkje voor elke dag van het jaar, enige Arabisch-achtige taal die met het Romeinse schrift wordt geschreven. Malle combinatie. Oh, en maltesers komen er vandaan. De snoepjes, de honden en de ridders. Voor ieder wat wils! Lokt me niet meteen.

      San Marino: weer een van die gekke zuiderse ministaatjes. Geen hond weet waarom ze zijn wat ze zijn, maar het heeft vast iets met een priester of een heilige te maken. Leuk om eens aan te doen bij een rondreis door Italië, maar niemand gaat natuurlijk speciaal voor San Marino naar San Marino.



        Het Slavische/Baltische oosten

        Moskou (Rusland): Wil ik ooit zeker doen, maar wanneer? Wanneer, vraag ik u? En misschien eerder Sint-Petersburg als ik die kant op ga? Of beide, misschien?

        Talinn (Estland): Weet ik absoluut niets van, behalve hanzestad en communisme, een hele poos geleden. Maar nu? Een mysterie. 

        Riga (Letland): Zie hierboven

        Vilnius (Litouwen): Zie boven hierboven

        Warschau (Polen): Dat grimmige, grijze Polen. Het lokt me niet. Misschien onterecht?

        Minsk (Wit-Rusland): Ooit eens Wit-Rukland zien staan op tv. Dat was lachen. Verder weet ik er geen hol van.

        Kiev (Oekraïne): Eventjes wegblijven nu, lijkt me. Daarna ook, want wat valt er nu te beleven in Kiev?

        Chisinau (Moldavië): Wat? Waar?

        Boekarest (Roemenië): Oké, niet echt Slavisch (Roemeens is een Romaanse taal, voor wie dat nog niet doorhad), maar wat dan nog, het ligt in die hoek. Ceausescu is alweer even weg, dus misschien tijd om er eens op verkenning te gaan.

        Boedapest (Hongarije): Lijkt wat op bovenstaande (qua naam), en naar het schijnt (ook?) erg mooi!

        Sofia (Bulgarije): mijn schoonzus heet Sofie. Verder geen idee wat die stad te betekenen heeft in de wereld.

        Skopje (Macedonië): Dit lijkt me zo'n typisch hier-blijf-ik-wel-weg landje.

        Tirana (Albanië): Nou, hetzelfde dus. De naam van de hoofdstad voorspelt al weinig goeds.

        Podgorica (Montenegro): Nog maar pas een hoofdstad, dus ik wacht nog wel even. Misschien glipt ze wel weer ongezien van het lijstje?

        Sarajevo (Bosnië en Herzegovina): Laatste keer dat ik iets van die stad hoorde, was in de film "Welcome to Sarajevo". In die dagen een stukgeschoten spookstad. Misschien nu wel weer wat mooier? De moeite om te gaan verkennen.

        Belgrado (Servië): De Oorlog. Dat is alles wat in me opkomt bij die naam, maar ik neem aan dat Belgrado veel meer is dan dat, nu het strijdgewoel is geluwd. Ooit? Misschien?

        Bratislava (Slovakije): Op een boogscheut van Wenen, en naar het schijnt bijna even mooi. Als de stad op Praag gelijkt, haar Tsjechische evenknie en vroeger de hoofdstad van Tsjechoslovakije, dan kan dat haast niet anders. Staat hoog op het verlanglijstje.


        Stomweg te ver. Is dit echt nog Europa?

        Astana (Kazachstan): Absurd ver van huis, en nu niet bepaald een droombestemming, wel? Had dat niet iets te maken met Ghengis Khan? Of de Sojoez? Of zoiets? 

        Bakoe (Azerbeidjan): Een stad aan een zee, lichtjaren van hier. ik weet er niets over, behalve dat ze bestaat. En dan nog. 

        Jerevan (Armenië): Juist ja. Die stad. Doe nu niet alsof je ze niet kende, ik heb je wel door hoor! Oké, goed, ik had er ook nog nooit van gehoord. 

        Tbilisi (Georgië): Onuitspreekbaar en ontiegelijk ver van mijn bed. Te-blie-sie? Trablieblie? Zoiets? Wie kan het schelen?


          Conclusie


          Het ziet er niet naar uit dat de steden op de twee laatste niet-bezocht lijstjes meteen aan de beurt zullen komen. Maar bepaalde in de andere categorieën wel. Wenen, Amsterdam, Madrid, Lissabon, Berlijn en zelfs Dublin, daar komt het sowieso wel eens een keertje van. Een mens heeft nog een heel leven voor allerlei citytrips, dus ik ga me er niet voor haasten. Maar in de nabije toekomst lonken vooral Helsinki en Zagreb, vooral omdat ik daar voor het werk naartoe moet. En ook Stockholm en Moskou (of toch maar Sint-Petersburg?) staan erg hoog op het verlanglijstje. 

          Ik ga nog talloze reisjes moeten maken als ik echt deze lijst wil vervolledigen. En eerlijk gezegd denk ik niet dat het me ooit zal lukken, gewoon omdat me voor liefst de helft de motivatie ontbreekt. Ik bedoel: Tbilisi? Chisinau? Podgorica? Vaduz? Dan besteed ik mijn schamele centjes liever aan iets anders. Aan nog een reisje naar Londen bijvoorbeeld. Want dat blijft toch nog steeds mijn favoriet. 
          Read More

          29/10/2013

          Jong in Madeira: op expeditie!


          maandag 23 september 2013

          Nu we Funchal wel zo'n beetje hebben gezien, is het tijd om onze blik te verruimen. We nemen 's ochtends bij het eerste ochtendkrieken de taxi naar de haven, waar al een ferry ligt te wachten. Vier uur stomen we over de Atlantische Oceaan naar de beige veeg aan de horizon, die langzamerhand materialiseert tot een goudkleurig eiland: Porto Santo.

          Porto Santo is het eerste eiland van de Madeira-archipel dat werd ontdekt, en wel door Portugese zeevaarders die er schuilden voor een storm in de beschutte haven - vandaar ook de naam. In de tweede helft van de 15de eeuw kwam niemand minder dan Christoffel Columbus er wonen, en hij trouwde er met de dochter van de gouverneur. Het was op Porto Santo dat Columbus zijn interesse voor ontdekkingen oppikte, en we weten allemaal hoe dat is afgelopen.

          Een beige veeg aan de horizon, die langzamerhand materialiseert tot een goudkleurig eiland: Porto Santo.

          Anders dan Madeira zelf is er op Porto Santo weinig tot geen begroeiing: het hele eiland bestaat uit bruine rotsen en zinderend, goudkleurig zand, omhuld door een azuurblauwe zee. Er is een zandstrand van 9 km lang, waar zo weinig toeristen te vinden zijn dat je je bijna in je eentje waant. Cathy en ik brengen er de hele dag door. Gewoon, zomaar, om eens lekker niets te doen. 

          een vrolijk cruiseschip in de haven

          daar komt de zon al piepen

          pittige golven wel, op dit strand!

          niet groot genoeg om op te surfen, misschien, maar toch best indrukwekkend!






          dinsdag 24 september 2013

          Na een uitblaasdagje vliegen we er vandaag weer stevig in. Op het programma deze voormiddag staat een jeepsafari in de bergen. We rijden natuurlijk niet zelf: de paden die we vandaag gaan betreden zijn net iets te woest en steil voor onze brave Belgische rijvaardigheid. De gids neemt ons mee hoog op de flanken van het eiland, tussen bananenplantages en wijngaarden, suikerrietveldjes op nauwe, torenhoge terrassen en wilde eucalyptusbossen. We scheuren door straatjes zo steil dat een normaal mens er niet eens aan zou denken er tegenop te zwoegen, toeteren in de bochten en moeten meer dan eens achteruit wanneer er een tegenligger aankomt. 

          Een heel eind boven de kust houden we halt bij een klein barretje waar we een poncha achterover slaan, en daarna gaat het naar een uitzichtspunt over het Nonnendal, een dorpje dat verscholen ligt tussen honderden meters oprijzende rotswanden. Hier was het dat nonnen uit Funchal zich vestigden nadat hun klooster in de hoofdstad een keer teveel was geplunderd door piraten. Ik hoef vast niet te zeggen wat die met de nonnetjes deden... De tocht gaat voort, afwisselend langs bergwegeltjes en stomweg offroad door glibberige modder tussen mistige dennenwouden waar het geurt naar sauna. We keren terug naar de kust, en begeven ons naar Cabo Girão, een van de hoogste zeekliffen in Europa. De rotspiek verheft zich maar liefst 589 meter boven de bruisende golven eronder. Niet dat we veel te zien krijgen, want de rots wordt volledig omhuld door wolken.

          Hier was het dat nonnen uit Funchal zich vestigden nadat hun klooster in de hoofdstad een keer teveel was geplunderd door piraten.

          Na het mistige bezoek aan de kaap gaat het resoluut terug omlaag, ditmaal over goed begaanbare wegen. We duiken terug de beschaving in ter hoogte van Câmara de Lobos, een charmant klein havenstadje. 

          het Nonnendal, verscholen in de mist

          ons voertuig van deze voormiddag

          weg of trap? Waarom niet beide tegelijk?

          het 'uitzicht' van op Cabo Girão

          dan maar een portretje trekken!

          groene velden 

          Cabo Girão van een eindje verder: nu uiteraard weer uit de wolken

          het haventje van  Câmara de Lobos


          Ook 's namiddags hebben we een activiteit ingepland. Om twee uur worden we immers verwacht in het jachthaventje van Funchal, waar een catamaran ons zal komen oppikken. De catamaran komt echter modieus te laat, waardoor we bijna drie kwartier in de blakende zon mogen staan wachten. Gelukkig hebben ze een zeil opgezet op de pier, waardoor de zongevoeligen onder ons (zoals ik, die flink verbrand ben sinds Porto Santo) wat kunnen schuilen. 

          Wanneer we dan eindelijk toch op de catamaran kunnen, kiezen Cathy en ik resoluut een plekje op de netten vooraan. We nestelen ons op de ligmatrassen, en genieten van de zeebries en de zon terwijl de kapitein ons naar de open zee stuurt. We stomen een hele tijd verder, bonkend over de golven, tot de motor plots uit gaat en de crew over het dek begint te lopen. 'Dolfijnen!' klinkt het uit de luidspreker, en inderdaad, we spotten al snel de donkere rugvinnen in het diepblauwe water. Er wordt ook gewezen op zgn pilot whales (grienden in Nederlands), maar stel je daar niet teveel bij voor. Anders dan de naam doet vermoeden, gaat het om dolfijnachtigen, en beslist geen joekels à la de bultrug of de blauwe vinvis. Het voornaamste verschil met de dolfijnen is hun scherpere vin en hun ronde, stompe neus.

          'Dolfijnen!' klinkt het uit de luidspreker...

          Na het dolfijnspotten verschijnt de crew opnieuw, en worden de zeilen uitgerold. Wat volgt is een veel rustiger, wiegende tocht over de golven in de richting van de kust. Daar wordt het anker uitgegooid en krijgen we gelegenheid om kort te zwemmen in de diepblauwe wateren van de oceaan.









          Read More

          Jong in Madeira: verkennen van Funchal en omgeving


          Madeira. Een rotsige uitstulping in een verder spiegelgladde oceaan, beurtelings verhuld en onthuld door voortjagende rafels wolken. Zo werd het eiland aan ons geopenbaard toen we er met het vliegtuig aankwamen. We doorboorden het wolkendek en landden zonder incident op de tarmac. 

          Dat lijkt weinig bijzonders, maar de luchthaven van Madeira heeft een woelige geschiedenis. Tot diep in de jaren '70 was de runway immers amper 1600 m lang, gelegen op een plateau tussen de bergen en de zee, wat bijtijds tot hallucinante landingstaferelen leidde. Zoals altijd was er een ramp nodig om een scheve situatie recht te zetten. Nadat er in de jaren '70 liefst drie crashes plaatsvonden, waarbij in totaal 170 mensen omkwamen, besloot men in Madeira actie te ondernemen. De landingsbaan werd in stappen uitgebreid, met een laatste toevoeging in 2000, gebouwd op een woud van 70 meter lange betonnen palen. Tegenwoordig is ze 2781 m lang — nog steeds korter dan zelfs de kortste baan in Zaventem, maar alvast een pak comfortabeler dan vroeger. 

          de landingsbaan tijdens de uitbreidingswerkzaamheden. Bron: akademifantasia.org


          vrijdag 20 september 2013
          We landen op de luchthaven om tien voor tien, lekker vroeg in de ochtend na een voorspoedige vlucht van nog geen vier uur. Een bus brengt ons naar het hotel, waar we ons innestelen en op verkenning gaan in de omgeving. We kuieren wat, smikkelen wat, en poedelen wat in het zwembad van het hotel. Een rustige dag vandaag, maar wél een heel aangename!



          zaterdag 21 september 2013
          Na een heerlijke nacht trekken we vandaag Funchal in, de hoofdstad van Madeira. Een gratis bus brengt ons erheen. We slenteren in het hemelse zonnetje door de straten van het stadje. Funchal bestaat ruwweg uit drie gedeelten: een historisch deel, dat aandoet als een middeleeuws stadje ergens in het zuiden van Europa, een koloniaal deel, met grote, statige gebouwen en lanen omzoomd met platanen en palmbomen, en een eerder toeristisch gedeelte, vol restaurantjes en winkeltjes. De stad heeft een woelige geschiedenis: ooit was het weinig meer dan een nederzetting waar Portugese kolonisten moesten wroeten om in hun bestaan te voorzien, maar later, toen het was uitgegroeid tot een belangrijke handelsvestiging, werd het meermaals geplunderd door piraten. Het is bezet door zowat alle Europese mogendheden met een noemenswaardige marine (dus niet de Belgen), en ooit heeft zelfs Sisi er verbleven. Niet lang na haar verblijf werd het dan ook een van dé bestemmingen voor de Europese jetset, en dat toerisme is gebleven, al kan tegenwoordig gelukkig ook de gewone man de oversteek en het verblijf bekostigen.

          Onze eerste stop is de overdekte markt, waar zowat alle fruit verhandeld wordt dat op de onmogelijk steile hellingen van het eiland wordt geteeld. Ook wijn wordt er in grote hoeveelheden verkocht, en vis natuurlijk, want het is tenslotte een eiland. De vishal, die tegen de overdekte markt staat aangebouwd, is een van de ruimste en tegelijk properste die ik al heb gezien (toegegeven, misschien heb ik nog niet veel vishallen gezien).

          flesje Madeirawijn, iemand?

          alle soorten fruit worden hier gekweekt!

          een mozaïek in de vishal: zo ging het er vroeger aan toe

          We slenteren verder naar het oosten, terwijl het land zich steeds verder boven zee verheft. Funchal ligt op een van de weinige plekken waar de kust vrij vlak is, maar aan weerszijden verheft het land zich meteen honderden meters boven zeeniveau. Tegen de middag komen we op een plek waar een geweldig mooi kerkje over de azuurblauwe zee uitkijkt. Wie hier een zwemmetje wil wagen, moet echter een heleboel trappen doen om aan het water te komen. Daar heeft een goeie ziel gelukkig een beschut baaitje geschapen met genoeg ruimte om je handdoek uit te spreiden. Je betaald een paar euro toegang, maar dat is het volgens mij wel waard. Cat en ik hebben echter geen zwemgerief bij, en dus installeren we ons op een terrasje dat over het water uitkijkt.

          kerkje van Santa Maria Maior

          langs dit soort trappen daal je af naar het 'strand'

          een van de 'strandjes'

          een replica van Columbus' Santa Maria - met motor, uiteraard




          zondag 22 september 2013
          Na een heerlijk slaapje trekken we vandaag opnieuw naar het zwoele hart van Funchal. Deze keer echter niet om er zomaar wat rond te slenteren. Bestemming van vandaag is de tropische tuin, die aan de rand van de stad ligt, hoog op de groene hellingen. Je kan er te voet of per taxi heen, maar wij kiezen voor de kabelbaan, die ons in een oogwenk helemaal van de kust naar de toegang van de tuin brengt, dwars over de terracottadaken van de stad.

          'Tuin' is een ietwat bescheiden term voor dit paradijs van groen van 7 hectare. Tussen het hoogste en het laagste punt is maar liefst 107 meter hoogteverschil, dus mocht je zelf gaan, trek dan beslist je stappers aan. Naast een ontzaglijke hoeveelheid tropische planten en micro-ecologieën herbergt de tropische tuin ook exposities (van Afrikaanse beeldhouwkunst tot mozaïeken die de geschiedenis van het eiland verbeelden), een sprookjesachtig kasteel, een paleisvijver met fonteinen en watervallen, twee Aziatische tuinen en zelfs een eigen terracottaleger. Je waant je beurtelings in een oerwoud, in een Japanse siertuin, in een Franse paleistuin en in iets wat alleen kan omschreven worden als het aardse paradijs. Serieus, de tropische tuin boven Funchal is écht de moeite van de trip. Wij brachten er de hele middag door.









          dit is het uitzicht vanuit de kabelbaan terug naar de kust. Ik heb al slechter gezien!

          Read More