Rondreis door de VS etappe 5: Yosemite National Park


zondag 27 juli 2014

Wanneer de ochtend eindelijk in volle glorie is gearriveerd, staan we op, ontbijten we en breken we het kamp op. Moet ik het nog zeggen? We hebben vandaag weer een flink ritje af te leggen. Niet zo dramatisch als sommige vorige ritten, maar toch. Onze volgende bestemming is Yosemite National Park, dat in vogelvlucht zo'n 120 km hiervandaan ligt, een eind verderop in ditzelfde gebergte. Helaas liggen er geen wegen in de lengterichting van de Sierra Nevada, waardoor we dus eerst terug moeten naar de vlakte, en dan een eind verderop weer de bergen in. Alles samen zal de rit toch mooi 250 km zijn op die manier.

Rondreis door de VS etappe 4: Sequoia & Kings Canyon National Parks


vrijdag 25 juli 2014

Het is valavond, de lucht hult zich in rafels vlammend roze wolken en de nacht ligt klaar om de wereld te bespringen, vlak voorbij de horizon. Een stel overmoedige sterren staat al te pronken aan de oostelijke hemel, onverschillig voor het feit dat de zon nog steeds rossig staat te stralen in het westen. Onder al dit geweld spint zich een witte Chevy met twee Belgen aan boord een weg door beboste dalen en langs spiegelende meren, hoger en steeds hoger de bergen in. Alsof ze zichzelf tot taak hebben gesteld de opmars van de nacht te stuiten, gewapend met niets dan hun koplampen en een flinke dosis lef.

acaciaroze wolkenfranjes vegen wilde patronen tegen een hemel van ultramarijn

de zon verliest een veldslag tegen de nacht, maar de oorlog? Die is nog lang niet beslist...

Die twee Belgen, dat zijn Cathy en ik natuurlijk. De bergen: de machtige Sierra Nevada. We zijn al uren onderweg, maar nog zijn we niet op bestemming, want die ligt verder, hoger. Dieper de donkere bossen in die deze flank van het gebergte begroeien. In het hart van Sequoia National Park, waar de woudreuzen wonen.

Ho! Stop, wacht! Vergeet je niet iets? Je had nog niet verteld hoe jullie hier terecht waren gekomen! 

Juist. Laten we daar maar eens beginnen dan. 


Eerder die dag

Cathy en ik liggen te bakken op Santa Monica Beach. Ikzelf dik ingepapt met een factor 50, Cathy lichtjes besprenkeld met een factor 6. Vóór ons de ruisende Stille Oceaan, achter ons de bruisende stad en boven ons de laaiende bal van thermonucleaire energie die de zon is. De temperatuur is veel aangenamer dan in Death Valley, maar dat is bedrieglijk: verhuld door een aangename zeebries brandt de zon ook hier genadeloos. Ze staat zo fel dat ik het hete zand dwars door mijn teenslippers voel gloeien wanneer ik 's middags bij een kraampje om een hotdog ga. Cathy is immuun voor de zon, of dat denkt ze toch, en dus gaat ze lustig voort met lezen en dutten onder haar factor 6. De tijd tikt verder, de zon brandt, de zee bruist, de wind suist... Alles is rustig.

Pas rond drie uur rapen we onze spullen samen en begeven we ons naar de auto. We vegen het zand van onze voeten en stappen in, klaar voor de volgende lange rit. Goed drieënhalf uur hebben we voor de boeg, maar dat is natuurlijk op voorwaarde dat we nergens stoppen en geen file hebben. de GPS leidt ons de stad weer in en langs de andere kant eruit. Vaarwel Los Angeles, het was fijn!

De weg begint al snel weer te stijgen. We doorsnijden het Pacifisch Kustgebergte, en komen na een uurtje op een uitzichtspunt over een nieuwe, onmetelijke vlakte. Voor ons ligt een gebied zo uitgestrekt dat je de randen er niet van kan zien, vlak als een biljartlaken. Maar het is geen kustvlakte. Wat we hier zien, is niets minder dan Central Valley, 150 km breed en liefst 600 km lang, en een van de meest vruchtbare plekken van het continent. Dankzij het mediterrane klimaat kunnen hier allerlei soorten gewassen gekweekt worden: tomaten, amandelen, druiven, katoen, abrikozen en asperges. Het gros van de Californische wijn komt hier vandaan.

Het klimaat mag dan wel lijken op dat van de Middellandse Zee, het landschap kon er niet meer van verschillen. Vanuit de auto heeft het veel weg van de polders, eerlijk gezegd – zo vlak en eentonig is het hier. Wijngaarden zijn eindeloze velden waar kilometerslange rijen wijnstokken strak in het gelid staan. Geen romantische heuveltjes hier, geen knusse kerkjes en boerenhofjes. In Amerika doen ze alles in't groot, en dat is hier niet anders.

Pas laat in de namiddag komen we bij de stad Visalia aan, waar we resoluut naar het oosten afslaan. De weg loopt bij momenten tientallen kilometers kaarsrecht vooruit, zonder ook maar enig bochtje, terwijl aan weerszijden nog steeds plantages voorbijrazen in bedremmelde eentonigheid. De zon zakt naar de horizon, schimmen van bergen verschijnen, de weg vertoont eerst één bocht, dan nog een, en begint langzaam weer te kronkelen. Eindelijk! De plantages maken plaats voor bossen, de vlakte eerst voor heuvels, dan voor bergen die steeds hoger oprijzen. De zon kust de horizon zwoel en passioneel, en nog zijn we niet op bestemming.


terug naar het heden

Pas een tijdje na zonsondergang flitst een bord langs: Welcome to Sequoia National Park. En jawel hoor, even later verbreedt de weg, en komen we bij de typische parktoegang met een hokje waar een ranger op ons zit te wachten. Ik zucht van genot: de aloude uitwisseling die onze aankomst in een natuurpark aankondigt. Hij schuift zijn raampje open, en tuurt door de opkomende duisternis onze wagen binnen.
"Park Pass?" vraagt hij niet onvriendelijk.
"Oh yes," antwoord ik glunderend, en ik tover onze America the Beautiful Pass boven. Hij neemt ze aan, en rommelt wat in zijn hokje. Terwijl hij bezig is, hebben wij de tijd om rond te kijken. Vlakbij baadt een bord in het licht van onze koplampen, en daar staat het volgende:

CAMPGROUNDS
POTWISHA  4 mi.FULL
BUCKEYE FLAT  6 mi.FULL
LODGEPOLE20 mi.FULL
DORST CREEK32 mi.VACANCY
GRANT GROVE45 mi.FULL
CEDAR GROVE76 mi.FULL

"Tweeëndertig mijl?" zegt Cathy met verstomming.
Ik knik bedremmeld. Daar hadden we niet op gerekend. Het wordt steeds donkerder, we bevinden ons in het gebergte en er is geen straatverlichting. Dat wordt een lange rit. We nemen onze spullen aan (waaronder een kaartje), en rijden verder. Iets verderop houden we halt en bespreken we de opties. We kunnen terugkeren, en de nacht doorbrengen in een van de motels langs de weg, of het erop wagen, en hopen dat de informatie op dat bord niet compleet is. We besluiten het laatste te doen, en rijden verder. Wat volgt is een behoedzame tocht in haast volstrekte duisternis langsheen een weg die duidelijk van plan is ons er als een bokkende stier af te werpen. Hij slingert links en rechts, rakelings om rotspunten heen, en aan de rechterkant gaapt een duisternis zo diep dat het wel een onmetelijke afgrond moet zijn. We zetten voort, en na wat wel een eeuwigheid lijkt, zien we een lichtpuntje opdoemen uit het duister: het registratiekantoortje van Potwisha Campground.
"Was dat maar 4 mijl?" zegt Cathy verbaasd. Ik kan alleen maar instemmend brommen. Het leken er wel twintig. We rijden naar het hokje, en schuiven ons raam naar beneden.
"Evenin', people," bromt een ranger. "Lookin' fer a spot?"
"Yep."
Hij vertrekt zijn gezicht pijnlijk. "How many nights?"
"Just one."
"Well, you're in luck. We have one spot left, one night only. Good enough for you?"
"Perfect."
Hij neigt het hoofd. We krijgen een enveloppe in de hand gestopt waarin we het geld moeten doen, en de instructie om die in een stalen brievenbus te deponeren. Onze kampplaats voor vannacht ligt vlakbij de ingang, we kunnen het niet missen. Vlakbij staat een niet mis te verstaan bord:

voedsel niet correct opbergen kan je een boete tot wel 5000 $ opleveren!

Heb je ooit al een tent opgezet in de absolute duisternis, terwijl je lief haastig alle spullen waar een geurtje aan zit in de bear box overlaadt? Ik kan je zeggen, het is een aparte ervaring. Beren zijn heel vindingrijke dieren, heel hongerig ook, en behoorlijk lui. Hun fantastische geurzin (ze ruiken 5x zo goed als een bloedhond) leidt hen met het grootste gemak naar menselijke voedselvoorraden, en ze geraken zonder veel moeite bijna overal binnen. Zelfs in auto's:

deze auto is 'bewerkt' door een familie beren die een pakje kauwgom hadden geroken. Lees het verhaal hier.

Alleen een bear box is veilig in zo'n geval: het mechanisme om de deur te openen, is te fijn om met berenpoten te worden bediend, en verder bestaan ze uit dik staal. Beren hebben geleerd om de aftocht te blazen wanneer die lekkere geur uit een bear box blijkt te komen, en zorgen dan doorgaans voor weinig schade. Maar als je toevallig een lippenbalsem in je tent hebt liggen op zo'n moment (dat vinden ze ook lekker) gaan ze daar meteen op af. Of er nu mensen liggen te slapen of niet. En dus zijn we extra voorzichtig bij het overladen van onze geurige items, hoe laat het ook al moge zijn.

Om ons heen klinken duizend woudgeluiden, vermengd met een veel kleiner aantal mensengeluiden van de andere kampeerders. Die horen we wel, een eind verderaf, maar zien doen we ze nauwelijks: hier en daar piept wat licht tussen de bomen. Het hoeft vast geen verdere uitleg: zodra de tent op staat, kruipen we in onze slaapzak, en het zal geen vijf minuten duren eer we beiden diep in slaap zijn. Beren of geen beren.


zaterdag 26 juli 2014

Lieve help, wat een prachtige ochtend! Cathy ligt nog in een diepe slaap verzonken, maar ik word gewekt door een oorverdovend fluitorkest. De zon filtert blauwig door het tentzeil en kondigt een stralende dag aan. Ik glip naar buiten, en begin alvast het ontbijt voor te bereiden, voortdurend afgeleid door bezoekers.

een chipmunk (of wangzakeekhoorn)

een Steller's jay

Wanneer Cathy wakker is geworden en het ontbijt verslonden, breken we de tent weer op. We rijden resoluut weer de weg op, die luistert naar de ronkende naam Generals Highway. En high issie zeker! Al snel merken we immers dat ons vermoeden van gisteravond juist was: rechts gaapt een eindeloos diepe kloof, met onderin de bruisende Kaweah River. De weg volgt die een tijdje, en besluit dan opeens de linkerflank op te gaan klimmen, in prachtige, zwierige haarspeldbochten. In een oogwenk stijgen we van 800 m naar 1700 m, los tegen de wand op. En terwijl we stijgen, worden de bossen rondom steeds donkerder en hoger. 

Eerste stop van vandaag: Giant Forest Museum. Een klein museum gewijd aan heel grote bomen. Want dat is waarom we naar hier zijn gekomen natuurlijk. Hier, in dit park, staan namelijk sommige van de grootste bomen op aarde! En dan bedoel ik niet à la de kerstboom die een paar jaar geleden op de Grote Markt van Sint-Niklaas stond te pronken (dat lelijke ding), maar veel, véél hoger. 

het museum zelf is dat kleine gebouwtje links

Sentinel Tree. Groot, dat zeker. Maar belange niet de grootste in dit woud

Eens we dit in ons op hebben genomen, is het tijd om verder te trekken. De grootste boom is nog steeds niet gepasseerd, die ligt een paar kilometer verder. General Sherman, vernoemd naar de gelijknamige held uit de burgeroorlog, is naar verluidt het grootste levende organisme op aarde qua volume. In hoogte moet hij onderdoen voor een kustsequoia, de Hyperion, die nog eens 30 m hoger is, maar veel en veel dunner. Met zijn 1487 m³ heeft de Sherman echter een veelvoud van het volume van elke andere levensvorm op aarde. Blauwe vinvissen zijn groot, dat weet je – wel, je hebt er vijf voor nodig om ook maar in de buurt van het volume van de Generaal te komen. En ook al issie niet de hoogste, zijn top (83,8 m) steekt toch nog steeds boven menig kathedraaltoren uit. Helaas niet die van Antwerpen. Vervloekte Sinjoren...

De Generaal in hoogst eigen persoon

Aan de voet van deze gigant durven we wel even te poseren

De Sherman is de grootste, maar er zijn nog talloze andere mammoeten in dit bos. Sommige zijn weliswaar slanker, maar reiken toch mooi hoger dan 100 m. Hoger dan de Boerentoren dus! Hebben die Antwerpenaars toch alweer wat minder noten op hun zang.

een bruggetje over Wolverton Creek

nog zo'n dikke gust, met Cathy als ijkpunt

Een heel eind verderop langs de Generals Highway rijden we het Sequoia National Park weer uit, en komen we in het buurpark terecht: Kings Canyon National Park. Je merkt er behalve een bordje niets van, beide parken gaan naadloos in elkaar over. Hier ligt een tweede bos reuzensequoia's, opnieuw met een mastodont in hun midden die naar een generaal is vernoemd. Deze keer gaat het om de General Grant, genoemd naar de beroemde Ulysses Grant, held uit de burgeroorlog en latere president van Amerika. Het is de tweede grootste boom op aarde (qua volume) na zijn collega-generaal wat verder naar het zuiden.

zomaar wat mammoetbomen bij de parking van Grant Grove

je begint onderhand vast een idee te krijgen van de omvang van deze reuzen?

in sprookjes wordt wel eens verteld dat mensen in een holle boom wonen. In deze zou dat echt mogelijk zijn

en hier is hij dan, General Grant in hoogst eigen persoon

nog een zichtje op de parking, om een idee te geven van de omvang van deze bomen

Die namiddag rijden we naar het noorden, waar de vallei ligt die dit tweede park zijn naam heeft gegeven: Kings Canyon. Denk hierbij niet aan de dorre woestijncanyons van de afgelopen dagen, maar eerder aan de gletsjerdalen van onze Alpen of bijvoorbeeld Grand Teton een eind noordelijker: machtige rotswanden, slingerende maar goed onderhouden wegen, klaterende riviertjes tussen dichte bossen.

het uitzicht bij Roaring River Falls

een uitzicht op Kings River

slingerende wegen bij het zoele licht van de late namiddag

Terwijl de zon weer begint te dalen, rijden we deze machtige vallei terug door naar het begin, waar we vlakbij Grant Grove een kampplaatsje vinden op Azalea Campground. Maar dat is nog niet het einde van ons avontuur. Want nadat we hebben gegeten en wat hebben nagekeuveld bij het vuur, nadat we in de diepe duisternis onze spullen opnieuw hebben verhuisd naar de bear box. We kruipen de tent in, zippen alle ritssluitingen dicht en knippen het licht uit. Al snel zijn we diep aan het slapen.

3:00. Zo laat is het wanneer Cathy stilletjes de tent uit sluipt voor een plasje. Ze is net buiten, wanneer in de verte, een heel eind bij ons vandaan maar toch te dicht, een diepe grom de nachtelijke fluistergeluiden doorbreekt. Plots wordt het ijzig stil in het bos. Alsof de natuur zijn adem inhoudt. Ik verstijf, en luister. Het grommen wordt een korte brul, wat meer gegrom... en niets meer.
Een beer! denk ik. Dat was keihard een beer!
Cathy komt de tent weer binnen, haar gezicht een en al opwinding. "Heb je dat gehoord?"
Ik knik. "Er zit een beer in de buurt!"
Nu moet ik je misschien wat vertellen over campings in dit deel van de wereld. Anders dan bij ons, waar campings propere terreinen zijn met mooi afgelijnde kampeerplaatsen en een groot hek eromheen, bestaan campings hier uit weinig meer dan een asfaltlus die zich het bos in kronkelt, met op gezette afstanden paaltjes. Bij elk van die paaltjes is voldoende ruimte om je auto te parkeren, een tent op te zetten en een vuur te maken, en er staat ook een kampeertafel, maar verder zit je middenin de wildernis. Er is geen hek dat de dieren buiten houdt. Geen omheining. Geen enkele bescherming tussen jou en de beren, wolven, herten en ga zo maar door. Die bear box staat er niet voor de sier, beren komen wel degelijk soms een wandeltje maken. Zoals nu.
Zoals hier.
Met meer dan een beetje schrik lig in naar de stilte te luisteren. Het zal nog lang duren eer ik de slaap weer vat, maar Cathy is al na een oogwenk weer vertrokken.

5:00. Een lawaai vlakbij – en dan bedoel ik vlakbij - rukt me uit mijn slaap. Een groot beest waart op amper een paar meter van onze tent, snuivend, grommend en tastend. Muisstil en verstijfd van schrik richt ik mijn hoofd op, zodat mijn beide oren uit de kap van de slaapzak komen en ik de locatie van het geluid kan bepalen. Het vuur, schat ik. Hij zit bij de resten van ons vuur. Zouden we iets hebben laten vallen bij het koken? Het is niet ondenkbaar. Misschien is het beest daarop afgekomen, en zit het nu lekker te genieten. Maar wat als hij straks nog honger heeft? Goden, wat als we iets met een geurtje vergeten wegstoppen zijn?
Ik overweeg de tent te gaan onderzoeken, maar dat zou niets uithalen. Ik zou geluid maken, en zelfs als ik iets vond, zou ik mezelf er nooit toe kunnen overtuigen dat nu naar de bear box te gaan brengen.
Het snuiven en wroeten gaat door om dan, opeens... te verdwijnen.
Ik hoor... niets meer.

geen doetje, zo'n beer
Bron: http://cronkitenewsonline.com

De beer is vlakbij, dat weet ik, en ik weet ook, uit de documentatie, dat beren ondanks hun enorme gewicht muisstil kunnen lopen, daar hebben ze malse kussentjes en donsharen voor op de onderkant van hun poten. Misschien houdt hij gewoon de adem in, omdat hij geluid heeft gehoord (mij misschien! denk ik). Misschien is hij geruisloos aan het weglopen. Misschien is hij ook wel onderweg hierheen, sluipend als een dikke, zwart behaarde ninja. Ik bedenk een noodplan: in het tentzakje bij Cathy's voeteneind zit onze autosleutel. Daarop zit een alarmknop, die de lichten doet flikkeren en de toeter doet schreeuwen. Meer dan genoeg lawaai om een beer te verjagen, maar dan is ook de hele camping wakker.
Ik blijf zo liggen, hoofd geheven, verstijfd, klaar voor de duik naar het zakje, maar ik hoor niets meer. Een halfuur later schrik ik me een ongeluk wanneer Cathy zich in haar slaapzak omdraait.
"Sssssjt!" sis ik, maar ze kijkt me met slaapogen aan.
"Wat scheelt er?"
"Een beer! Er zit een beer vlakbij!"
"Oh, je bedoelt dat geluid van daarnet? Die is allang weer vertrokken. Trouwens, hoe lig jij daar nu?"
"Ik lig op wacht!" zeg ik met gekrenkte trots. "Zodat jij zorgeloos kan slapen."
"Dat was ook wel gelukt zonder je nerveuze gesnuif hoor," monkelt ze. Ze draait zich om en valt meteen weer in slaap. Ik blijf achter, starend in de duisternis, luisterend naar het minste gerucht van buiten, maar het enige dat ik een tijdje later begin te horen, is het langzame ontwaken van de wereld.

Rondreis door de VS etappe 3: Los Angeles


Woensdag 23 juli 2014

De vorige etappe eindigde bij onze ‘ontsnapping’ uit Death Valley, en dat is waar deze etappe de draad weer oppikt. De vlucht is echter nog niet ten einde. Terwijl we naar de kust denderen, lijkt de woestijn ons maar te blijven achtervolgen. Eens we Death Valley hadden achtergelaten, hadden we verwacht wel in groener gebied terecht te komen, maar dorre zandvlakten en bruine, broeierig hete bergen zijn ons enige gezelschap. Maar! Er is een lint van asfalt, een prachtig schepsel aan mijn zij en de GPS die geduldig de mijlen naar onze bestemming aftelt. Wat heeft een mens nog meer nodig.

de weg naar de vrijheid

Wanneer een paar uur later de omgeving eindelijk weer wat groen begint te vertonen (in bescheiden proporties), begint de beschaving weer aan zijn opmars. Eerst is het hier en daar een onooglijk dorpje langs de weg, maar allengs groeien die uit tot stadjes, steden, de buitenwijken van een metropool, en dan… Los Angeles. We doorsnijden een groene heuvelrug en plots doemt de stad in al haar uitgestrektheid voor ons op. Los Angeles is geen stad van ongebreidelde hoogbouw zoals New York (noch is het een stad van kitscherige monumenten zoals Las Vegas), maar een breed uitgesmeerde opeenvolging van straten, lanen en avenues. Het is eigenlijk zelfs niet één stad, maar een veelheid aan kleinere steden in een kustvlakte, die met het verstrijken der jaren aan elkaar zijn gegroeid. Alles samen bestaat deze metropool uit liefst 88 verschillende gemeentes, die zo warrig door elkaar lopen dat zelfs inwoners vaak niet weten in welke ze precies wonen. Ook aan ons gaan de finesses voorbij: onopgemerkt schieten de grenzen van steden als Pasadena, Burbank, Inglewood en Santa Monica onder ons door. Voor het oog van om het even welke waarnemer is dit duidelijk één stad. De stad der Engelen ofte Ciudad de los Angeles

Ons hotel voor de komende twee nachten is Best Western Plus Carlyle Inn, gelegen in West Los Angeles. Mooi en ruim, en uitzonderlijk: het ontbijt zit in de prijs inbegrepen. Het ligt pal middenin een van die wijken met kaarsrechte lanen, maar toch heeft het gebied niets van New York: zonder hoogbouw lijk je je voortdurend in de buitenwijken van een veel grotere, onzichtbare stad te bevinden. Er is hoogbouw in Los Angeles, maar dat is beperkt (vanwege het aardbevingsgevaar) en heel lokaal. Liefhebbers van glinsterende torenflats kunnen hun hartje ophalen in Downtown een paar km verderop in deze eindeloze stad, maar daar komen we niet, we hebben ons part al gehad in New York. Wij zoeken voor vanavond een ander uitzicht. We droppen onze bagage in het hotel, en stappen opnieuw de auto in, op naar het westen. Het is intussen laat in de namiddag (dankzij onze nutteloze excursie in Death Valley) en daardoor valt een namiddagje strand in het water, maar dat water ligt er wel, en daar snorren we naartoe.

de patio van ons hotel. De jacuzzi staat rechts om het hoekje.
Bron: http://d1pa4et5htdsls.cloudfront.net/

Los Angeles is een reusachtige stad, maar het is best makkelijk om er je weg te vinden. Tussen de eindeloze opeenvolging van wijken door lopen snelwegen in alle richtingen. De GPS leidt ons voor één keer zonder fout de juiste op, de I-10 richting Santa Monica. De zon is al aan het flirten met de horizon wanneer we onze bestemming bereiken. We parkeren vlakbij Muscle Beach, waar brokken testosteron de strakke bundels spieren onder hun huid laten rimpelen voor het oog van de liefhebber. Maar dat boeit ons niet. Want daar voorbij ligt Santa Monica Pier, een houten staketsel dat diep de zee in steekt, en bezaaid is met een rollercoaster, een draaimolen, schietkramen en ga zo maar door. De pier is bekend van vele films, en we kuieren erheen, maar waar ik nog het meeste van geniet is de eindeloze uitgestrektheid van het water erachter. 

Santa Monica Pier.
Bron: http://morethanroute66.com

Water. Eindelijk. Na al die tijd! Een week zijn we onderweg geweest in de woestijn, tussen kloven en duinen en zoutvlaktes door, en nu zijn we eindelijk op de kust aangekomen. En het is een nieuwe kust. Een kust die ikzelf nog maar één keer heb gezien, en Cathy zelfs nog nooit: de kust van een nieuwe oceaan, de machtige Pacific. Deze oceaan is waar het oosten en het westen in elkaar overvloeien. Een schipper die op deze oceaan naar het oosten vaart, komt uit in de Far West, en wie naar het westen vaart, zal uiteindelijk de kusten van het Verre Oosten aan de horizon zien opdoemen. 
De uiterste punt van de Santa Monica Pier voelt aan als de laatste uitspatting van de Amerikaanse beschaving voordat de duizenden ongebaande mijlen van de oceaan beginnen, en dat blijkt ook. De Pier is de onofficiële terminus van de oude, intussen in onbruik geraakte Route 66, de 4000 km lange verbindingsweg tussen Chicago en Los Angeles die in zoveel films en verhalen voorkomt, en geldt als een van de boegbeelden van de Amerikaanse cultuur.

De zon zakt weg achter de Santa Monica Mountains

Prachtige kleuren op Santa Monica Pier

We bezoeken de Pier en slenteren tussen de attracties door terwijl de zon langzaam achter de Santa Monica Mountains wegzakt en de zee verkleurt van azuur naar diepduister ultramarijn. Vissers staan met verbeten trek in de opkomende duisternis naar hun dobber te turen, straatmuzikanten halen de gekste kunsten uit om de aandacht van voorbijgangers vast te houden. We dineren in Rusty's Surf Ranch, waar tegen schappelijke prijzen heerlijke zeevruchten te vinden zijn.


Donderdag 24 juli 2014

Opstaan! Opstaan! De wekker schreeuwt ons uit de slaap en doet ons naar beneden stommelen. In de patio van ons hotel ontbijten we onder een stralend zonnetje (zelfgebakken wafels met maple syrup) en daarna huppen we de auto in. Op het programma vandaag: Universal Studios!

De ingang van Universal Studios
Bron: http://www.hollywoodinnexpresssouth.com/

Je bedoelt die waar ze de films opnemen? Wel ja! En nee. Want we gaan natuurlijk niet op de set rondhangen, daar hebben we net niet de toestemming voor. Vlakbij de nog steeds werkende studio's heeft Universal echter een soort pretpark gebouwd, dat volledig is gericht op de films die onder hun vlag zijn uitgebracht. Er is een rollercoaster met als thema Jurassic Parc, een live show inclusief gevechten en explosies die zo uit de film Waterworld lijken te zijn ontsnapt, een waterfonteinpretpark (word eens lekker nat!) dat weggelopen lijkt uit Despicable Me en een voorstelling van special effects in heden en verleden. Er is een spookhuis, een muziekshow rond de Blues Brothers en verder een heleboel 4D-attracties waar je met een brilletje op in een bakje wordt rondgeklutst, terwijl je ogen je brein wijsmaken dat je als een krankzinnige rond zit te vliegen door een virtuele wereld.

En alsof dat alles nog niet genoeg is, is er ook een rondrit (met een trammetje) doorheen de échte studio's, waar de animatrice je met veel enthousiasme langs maar al te bekende sets rijdt. Het ene moment zit je middenin een western, het volgende kom je bij het meertje waar de meeste scènes uit Jaws zijn opgenomen, inclusief plastic haai. Om de hoek wordt het trammetje haast aan gruzelementen geslagen wanneer een reusachtige King Kong het gevecht aangaat met dinosaurussen, en een bocht verder rij je zomaar door Wisteria Lane, waar liefst 8 seizoenen van een wel heel bekende serie werden opgenomen. Een verdacht bekend dorpspleintje een eind verderop blijkt het toneel te zijn van Back to the Future (de scène met de klok, iemand?), maar ook talloze andere films en series hebben er scènes gespeeld: Bruce Almighty, The Nutty Professor, House MD, Gilmore Girls en ga zo maar door. Dat je dat niet ziet, komt doordat ze telkens een aantal subtiele maar belangrijke veranderingen aanbrengen; zo kan één set eindeloos veel opnieuw worden gebruikt.

het trammetje in New York Street
Bron: http://www.travelsworlds.com

Oh, en dan vergeet ik nog haast de reusachtige set van de vliegtuigcrash te vermelden, die een paar seconden in War of the Worlds voorkomt. Daarvoor hebben ze een echte 747 in stukken gehakt en er een heleboel verwoeste huizen en uitgebrande auto's omheen gezet. Je zou denken dat zo'n set echt maar eenmalig gebruikt kan worden, maar dat is fout: in 2011 werd er bijvoorbeeld de clip van "Fly" (door Nicky Minaj & Rihanna) opgenomen.

een still uit de bewuste clip

Noem me een freak, maar van alle attracties vond ik de studiotour het indrukwekkendste. Het idee dat je je middenin een wereld bevindt die je al talloze malen op tv hebt gezien, is haast magisch, vind ik. Misschien valt dat zelfs wel te vertalen naar deze hele reis, want ook vele banaler zaken als de typisch Amerikaanse verkeersborden, de groezelige diners (spr. /daajner/), de bekende gebouwen en ga zo maar door ken je natuurlijk vooral van de films. Amerika is een jongensdroom waarvan ik geeneens wist dat ik hem had.

Wanneer de avond begint te naderen, en we alles wel zo'n beetje hebben gezien, is de tijd gekomen om Universal Studios weer achter ons te laten. Bij de auto kruipen we in wat deftiger kleren, en daarop zetten we het volgende adres in de GPS. We rijden vijf minuutjes over de snelweg, en klimmen vervolgens de steile, kronkelige weg op naar de top van een van de Hollywood Hills. Boven het struikgewas doemt een surrealistisch beeld op: een grote, sereen ogende Japanse tempel. Of beter, een replica daarvan. Hij werd aan het begin van de 20ste eeuw gebouwd door twee broers die een plek zochten om hun uit haar voegen barstende collectie Aziatische kunst tentoon te stellen, en werd na een grimmige periode van verval gerestaureerd en omgevormd tot een Japans restaurant van wereldklasse: Yamashiro. Een valet neemt de autosleutels van ons over en terwijl onze auto op een veilige plek wordt geparkeerd, worden wij door een bevallige dame binnengeleid.

Yamashiro Hollywood
Bron: http://www.starmap.com/

Na de maaltijd hebben Cat en ik nog wel zin in een dessertje, maar niet hier, dat is ons iets te duur. En dus stappen we naar buiten, overhandigen we ons bonnetje en krijgen we onze auto opnieuw onder de poep geschoven. We rijden de intussen donker geworden wirwar van Los Angeles in, en parkeren op de parking van een supermarkt vlakbij The Grove, een poepsjiek winkelcentrum in open lucht (inclusief waterpartij en parkje). Daar kopen we ons elk een punt kaastaart bij de Cheesecake Factory, die we op een terrasje voor de nostalgisch ingeklede bioscoop genietend opeten.

The Grove
Bron: http://www.thegroveLA.com

Vrijdag 25 juli 2014

De laatste ochtend in Los Angeles alweer! We ontbijten op de zonnige patio, en proppen onze bagage terug in de auto. Onze volgende stop ligt honderden mijlen verderop, maar voor we daarheen vertrekken, is het dringend tijd om Cathy's prangende zonneklopbehoefte te lenigen. En dus rijden we terug naar Santa Monica Beach, waar we de rest van de voormiddag en een deel van de namiddag doorbrengen. Ik lees een boek, Cathy verbrandt zichzelf blaasjes, en wanneer die vreugde eenmaal genoten is, stappen we de auto in. Onder leiding van onze GPS (wiens kuren we intussen goed beginnen kennen) trekken we naar onze volgende bestemming: Sequoia National Park. Maar dat, lieve vrienden, is voor de volgende blogpost!

Santa Monica Beach, door Daniel Storm

Rondreis door de VS etappe 2: Las Vegas en de woestijn


woensdag 16 juli 2014

Om iets na drie 's namiddags, New Yorkse tijd, vertrekt onze vlucht naar Las Vegas. We hebben dus nog ruim de tijd om een ontbijtje op te snorren alvorens de bagage samen te proppen en een taxi naar JFK te nemen. We begeven ons naar Union Square, waar vanochtend alweer een boerenmarkt is, maar daar aangekomen blijkt er niet echt iets te vinden te zijn voor een laatste ontbijt. Dan maar terug Broadway op, waar we een heerlijk ontbijt voorgeschoteld krijgen in Maison Kayser, een Franse boulangerie/patisserie waar we achteraf bezien het beste ontbijt van de hele reis genieten.